E-mailadres: joopstraatman@joepies.net

Parochie Groesbeek . Kloosterstraat 2 . 6562 AW  Groesbeek . Tel. 024 3971473

 

Welkom.
Parochie structuur.
 Actueel.
Renovatie.
Info over.
kerkbijdragen.
Werkgroepen (alfabetisch).
Parochieblad.
column.
Archief.
Links.
Prikbord.

webmaster

Interieur Cosmas & Damianuskerk op de schop.

 

Na tien jaren van plannen maken, informatierondes met allerlei betrokkenen, het zoeken van financiële middelen, het verkrijgen van bisschoppelijke goedkeuring en andere voorbereidingen is de renovatie van het interieur van de Cosmas & Damianuskerk momenteel in volle gang. De kerk wordt geschilderd, het priesterkoor krijgt een totaal ander aanzien, er komen sanitaire voorzieningen, geluid en verlichting worden aangepakt en het oude hoogaltaar komt als beeldbepalend element weer terug.

In deze bijdrage zal op dit laatste aspect worden ingezoomd.

Eerst een stukje geschiedenis: de Neo-Romaanse kerk, daterend uit 1922, is een ontwerp van architect C. Franssen uit Roermond. Met behulp van giften van parochianen en een schenking uit het Grevenfonds is de kerk gebouwd. De kerk verving de bouwvallige Waterstaatskerk, die sinds 1833 stond op de plaats van het huidige Pastorale Centrum.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De aanbesteding voor de nieuwe kerk zou plaatsvinden op 6 augustus 1914, maar het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog gooide roet in het eten. De aanbesteding werd door Rovers afgelast. Een financieel verlies werd geleden doordat de kerk Russische en Oostenrijkse effecten bezat, die door de oorlog en de Russische revolutie  hun waarde verloren.

In april 1920 kwam eindelijk de goedkeuring van de bisschop. Net op tijd, want de oude kerk was dermate bouwvallig geworden dat verder uitstel niet kon worden geduld.. De nieuwe bisschop, Mgr. A.F. Diepen schreef: "Wij keuren bij deze goed, dat een nieuwe pastorie en een nieuwe kerk zonder toren worden gebouwd in Kleefsche steenen, mits de H. Stoel verlof geve, de benoodigde gelden op te nemen".

Meteen na de bouw van de kerk is er eerst geld ingezameld voor het orgel en daarna voor de afbouw van de klokkentoren. Die afbouw is er niet gekomen, omdat de bijeengebrachte gelden zijn aangewend voor steun bij de bouw van de nieuwe kerken in de moederparochie met name de kerk in Breedeweg. De bouwpastoor van de kerk was Johannes Martinus Rovers (1912 – 1935). Het was geen gemakkelijke man, maar om in een arm dorp een dergelijke klus te klaren waarschijnlijk wel de juiste. Met dubbeltjes en kwartjes werd het benodigde geld bijeen geschraapt. Als gevolg van een bloeiende smokkelhandel tijdens de oorlogsjaren nam de welvaart in Groesbeek toe. Rovers werd van diverse kanten aangespoord van deze gelegenheid gebruik te maken om extra gelden te incasseren, maar hij weigerde dit resoluut.  "De mammon der ongerechtigheid", zo schreef hij in zijn Memoriale,"vierde in Groesbeek hoogtij (...) veel geld werd er verdiend, veel gedronken, veel besteed aan weeldeartikelen; waarschuwingen en vermaningen hielpen niets, (...) smokkelen was het eenige waaraan men dacht, waarover men sprak,en wat men deed". En ironisch merkte Rovers op dat in de volksmond het gerucht ging dat de pastoor de enige persoon in Groesbeek was die niet smokkelde en dat aan de kapelaans werd getwijfeld. Daar de bouw geen bijzondere problemen opleverde, kon de kerk op 27 augustus 1922 in gebruik worden genomen. Bijna twee jaar later werd het gebouw op plechtige wijze door de bisschop geconsacreerd. Op de plaats van de oude kerk was inmiddels  de nieuwe pastorie (het huidige pastorale centrum) gereed gekomen.

 

Het hoogaltaar in de Cosmas & Damianuskerk

 

Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw stond voor in de kerk een monumentaal hoogaltaar. De veranderingen in de katholieke kerk die door het Tweede Vaticaanse Concilie (1962 – 1965) op gang kwamen, brachten een soort tweede beeldenstorm op gang. Vaandels, heiligenbeelden, kazuifels en allerlei andere attributen uit het ‘Rijke Roomse Leven’ verdwenen uit de kerken. Men wilde afrekenen met het verkalkte verleden. Achteraf gezien is er weinig respectvol met het kerkelijke erfgoed omgegaan en is soms ook het kind met het badwater weggegooid. Een altaartafel, waarbij de voorganger de mensen aankijkt, is natuurlijk winst en dat blijft ook zo. Terugblikkend is de sloop van oude ornamenten niet altijd verstandig en vaak overbodig geweest. Ook aan de Cosmas & Damianuskerk is in de zestiger jaar de tweede beeldenstorm niet voorbij gegaan. De oude verlichting met koperen armaturen ging verloren en het hoogaltaar werd ontmanteld om alle nadruk te leggen op het altaar voor op het priesterkoor. Gelukkig is er toen voor gekozen om alle elementen en onderdelen van het geschonken hoogaltaar een plaats in de kerk of op zolder te geven. De meeste onderdelen zijn bewaard en in tact gebleven. Het tabernakel werd deels op een van de zijaltaren geplaatst en boven op zolder liggen de gestileerde Christusfiguur en de figuren van Maria en Johannes te wachten op betere tijden.

De huidige granieten altaartafel bestaat geheel uit onderdelen van het oude altaar. Ook de acht zuiltjes zijn hergebruikt. Grote marmeren delen zijn echter versneden en als trappen gebruikt. Die zijn niet meer terug te plaatsen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen de kerk in 1922 in gebruik werd genomen, was het altaar nog niet gereed. Pas op Vastenavond 1923 werd het in de kerk geplaatst. Het altaar was, op het tabernakel en de koperen elementen na, een geschenk van de Rotterdamse handelaar in natuursteen P.J.M. van Stokkum uit Rotterdam, die het landgoed De Hooghe Hoenderbergh bezat. Rovers was verheugd over het aanbod maar wilde het fraaie cadeau alleen accepteren als het altaar paste in de stijl van de kerk. Daar was Van Stokkum het mee eens en hij stelde voor een kunstenaar een ontwerp te laten maken. De opdracht ging naar August van Os uit Tilburg, die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw een veel gevraagd ontwerper van altaren, grafzerken en beelden in het gehele land was. Het  ontwerp kreeg steun van architect Franssen  en Van Stokkum toog naar Duitsland om in groeves fraaie stenen uit te zoeken. Het werd diabas, afkomstig uit Calderen in Hessen. De mensa, het altaarblad is van Odenwaldgraniet en dat vond Van Stokkum in een groeve te Heppenheim. De steensoort voor de acht kolommen waarop de altaartafel rust werd gevonden in een groeve in Zuid-Beieren in Saalburg. Alle onderdelen zijn op de vindplaatsen bewerkt en gepolijst en per trein naar het Groesbeekse station vervoerd. Met moeite werden de zware onderdelen naar de kerk gebracht. Het duurde vele dagen om het altaar op te bouwen. Rovers schatte het kostbare geschenk zelf op een waarde van f14.000,- in 1923. Het kopergietwerk dat het altaar sierde, evenals de verlichting en armaturen werden ook door August van Os ontworpen en vervaardigd door de firma Logher in Den Haag.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Armatuur ontworpen door August van Os; deels beschadigd in 1944-1945. In de zestiger jaren zijn de koperbronzen armaturen vervangen.

 

Het zorgzame procédé was als volgt: eerst werden de vormen voor het gietwerk geboetseerd, daarna werd er een afgietsel gemaakt in gips, vervolgens werd een buiten- en binnenvorm gemaakt in gips ter dikte van het te gieten brons. Vervolgens werd de wasvorm vervangen door een afdruk in lood, die kon worden bewerkt en werden de eigenlijke gietvormen in leemaarde gemaakt met behulp van de loden afdruk. Die vormen pasten op elkaar. Dan werd het lood weggehaald en het brons in de tussenruimte gegoten en tenslotte werd het resultaat gebruineerd en gepolijst. Een tijdrovend karwei.

De restauratie zou onmogelijk en veel te kostbaar zijn als de losse onderdelen niet bewaard waren gebleven. Maar nu is de restauratie en terugplaatsing van het hoogaltaar mogelijk en verantwoord. Om dat te financieren doet de penningmeester van het parochiebestuur een dringende oproep om een bijdrage aan de inwoners van Groesbeek. Met zo’n (gemiddeld) twee euro per inwoner, moet de klus te klaren zijn. Het voor dit doel speciaal opengestelde banknummer is: 1100.80.041.

 

Sjef Schmiermann

 

Bovenstaand artikel is gebaseerd op:

H. Thunissen, Ontwerp van een altaar voor de R.K. Kerk te Groesbeek, in: Het Gildeboek V, tijdschrift voor kerkelijke kunst en oudheidkunde, 1922 – 1923, p. 108 – 110.

Verslag J.M. Rovers in Memoriale Parochiae II, 1912 – 1970. Parochie Archief Cosmas & Damianus.

Sjef Schmiermann, Herder en Zedenmeester, het pastoraat van Johannes Martinus Rovers, 1912 – 1935, in: A.J. Bosch en J. Schmiermann (Red.), Van Gronspech tot Groesbeek.

Fragmenten uit een lokaal verleden 1040 - 1940, Groesbeek, 1991.

 

Meer lezen over de rijke geschiedenis van de Cosmas & Damianuskerk?

Zie:G.G. Driessen, Het Rijke Roomse Leven van de Groesbeekse parochie ‘Cosmas en Damianus’, Groesbeek 2009.

 

Ook in de artikelenreeks “UIT ONS ARCHIEF” elders op deze site kunt u veel lezen over de bouw van de Cosmas en Damianus kerk. Pastoor Rovers heeft hierover uitvoerig bericht in zijn Memoriaal.